Home Areté Filosofie Cliënten Column Kennismaken Contact


Areté in psychologisch perspectief Areté en het individu, het team, de organisatie


Onze diensten
Areté Assessment Center
Werkwijze -
Programma -
Management coaching
Begeleiding bij verandering

Onze specialismen
Managementontwikkeling
Teamontwikkeling
Organisatieontwikkeling

Column

Areté en Integriteit

Voor de (oude) Grieken was Areté een belangrijke persoonlijke eigenschap, die gebruikt kon worden om meer inzicht te krijgen op en verklaring te geven van het menselijk gedrag. Het was dan ook belangrijk Areté te zijn, want bij gemis hieraan werd je gestraft door de Goden met hubris = hoogmoed.

Voor de klassieke Romein, dit wil zeggen de Romeinen uit de tijd van de republiek, was dit de eigenschap ‘integer’. Dit bijvoeglijk naamwoord, wat letterlijk betekent: “ een staat van niet aangeraakt zijn”, stond voor zaken als: intact, geheel, heel, compleet, perfect, eerlijk. Marcus Tullius Cicero, die leefde in de nadagen van de republiek, maakte er het zelfstandig naamwoord “integritas” van in zijn boek “De Officiis” (Over Verplichtingen). Hij schreef dit boek voor zijn 21 jarige zoon, die in Athene filosofie studeerde. Het diende als richtlijn, maar ook als reputatiestandaard, waarin hij nauwgezet uitdrukking geeft aan zijn overtuiging dat ‘integritas’ een essentiële morele verplichting is, wil je succesvol carrière kunnen maken. Meer specifiek, dat je vooral ook ‘heel’ moest zijn en blijven (= in harmonie met jezelf en je capaciteiten,eigenschappen en vaardigheden) om blijvend succesvol te kunnen zijn. Ondertussen had dit handboek ook nog de heimelijke bedoeling de oude Romeinse republiekeinse waarde van ‘integer’ te hernieuwen en te beschermen, die zijns inziens door het eigenmachtig optreden van Julius Ceasar zo in het nauw kwam. En Cicero was in zijn denken consequent, want deze overuiging betekende uiteindelijk wel dat hij deze met zijn dood moest bekopen.

Volgens experts is dit het belangrijkste en invloedrijkste seculiere boek geweest voor onze Westerse cultuur. Het werd gelezen in de Middeleeuwen en was zeer waarschijnlijk het eerste seculiere boek wat van de drukpers kwam. Het diende vervolgens tot diep in de 19e eeuw als het handboek voor ‘beschaafd gedrag’ en heeft zo tot op heden het begrip integriteit gemunt.

Ofschoon dit boek bedoeld is als advies voor zijn zoon om succesvol te kunnen worden, benadrukt Cicero op het einde van zijn boek nadrukkelijk dat ‘intergriteit’ op zich niet alleen kan dienen als middel om carrière te maken of om hoe dan ook je doelen te bereiken. Of zo als de Jungiaan J.Beebe zo treffend in zijn boek ‘Integrity in depth’ verwoordt: “…the real pleasure in exerccising integrity in dealings with others is the discovery of integrity itself”

In het licht hiervan bezien, stemt het overmatig beroep op integriteit door politici, bankiers en anderen, die op een af andere wijze nattigheid voelen of op hun gedrag worden aangesproken, dan ook tot nadenken. Het dient vaak veel meer als verdediging van hun eigenbelang, van hun trots, van toedekken hiermee van hun eigen falend optreden dan dat men beseft wat het werkelijk betekent. Of te wel: ze verdedigen hun ‘hubris’ met het niet werkelijk begrepen begrip integriteit. Geparafraseerd geven ze aldoende inhoud aan de uitspraak van Plato: “Goede mensen hebben geen wetten nodig om te weten waar hun verantwoordelijkheid ligt en slechten vinden wel een achterdeurtje.

Integrity in Depth J. Beebe 1992 isbn 1-58544-463-4